landbouw

Aan school eten de meeste kinderen in Oeganda gewoonlijk drie keer per dag maïspap. Als ontbijt in vloeibare vorm (porridge) en als lunch en avondeten in vaste vorm samen met bonen. Deze voeding heeft echter niet veel vitamines en voedingsstoffen. Zonder gezonde en afwisselende voeding kunnen de kinderen zich niet goed concentreren op school en worden vaker ziek.

Voor Talking Hands is het heel belangrijk dat kinderen aan school betere voeding krijgen. Jammer genoeg is het erg duur beter eten voor veel kinderen te kopen. Vandaar dat de stichting het mogelijk maakt een deel betere voeding te kopen en een deel andere voeding zelf te verbouwen dichtbij de school.

De kinderen krijgen nu meerdere keren per week fruit te eten, en krijgen gierst, een graan met veel proteïne, in hun ontbijt pap gemengd. Ook worden visjes en groente door de bonen te mengen. Zelf verbouwd worden ook groente, bonen, zoete aardappelen en cassave. Om dit eten te kunnen verbouwen worden stukjes land gehuurd en worden werkers aangenomen om het werk te verrichten. De kinderen en jongeren helpen enkel met oogsten.

Naast de landbouw worden er ook dieren gehouden, zoals kippen, melkgeiten en konijnen. Zo krijgen de kinderen dierlijke proteïne en vetten binnen van de eieren en melk, en zelden een stukje vlees. Omdat het eten niet zo afwisselend is, zijn deze voedingswaarden een goede bijdrage in de voeding van de kinderen en jongeren. Tegelijkertijd leren de kinderen en jongeren hoe je voor de dieren zorgt waar ze veel uit mee kunnen nemen voor hun zelfstandig leven in de toekomst.