achtergrond

Doofheid in Oeganda

Oeganda is een land van ongeveer 41 miljoen mensen. Oeganda is een prachtig land met een rijke cultuur, sterke sociale banden en erg vruchtbaar land. Maar het is ook een arm land. De meeste mensen wonen in rurale gebieden. Ze leven van hun eigen verbouwde voedsel en hebben maar weinig monetair inkomen.

Er zijn geen betrouwbare statistieken, maar het aantal dove en slechthorende mensen in Oeganda wordt geschat op 0,5% tot 1% van de totale bevolking. Dat is meer dan een half miljoen mensen!

De reden dat dit percentage zo hoog ligt is meervoudig. Toegang tot goede gezondheidszorg is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend. Ziekenhuizen zijn soms slecht bevoorraad, of dokters niet goed opgeleid. Ook is een ziekenhuisbezoek niet gemakkelijk als geen geld beschikbaar is voor transport en medische kosten. Bovendien is de kennis over oorzaken van doofheid beperkt, omdat nauwelijks onderzoek gedaan is.

De meeste doven in Oeganda zijn als kind doof geworden. Veel ouders van dove kinderen geven aan dat dit het gevolg is van hun behandeling met Quinine. Quinine is een goedkoop medicijn dat vaak gebruikt wordt tegen malaria en andere (kinder)ziektes. Door de lage prijs is het medicijn populair bij mensen met een laag inkomen. Helaas kan het middel erg schadelijk zijn wanneer het onvoorzichtig toegediend wordt bij jonge kinderen. Andere veelgenoemde oorzaken voor doofheid zijn complicaties tijdens de zwangerschap; ongevallen; en genetische aandoeningen.

Discriminatie

Doven worden in Oeganda vaak gediscrimineerd. Veel Oegandese volwassenen hebben geen onderwijs gehad, waardoor ze weinig tot niets hebben geleerd over de (biologische) oorzaken en gevolgen van doofheid. Sommige mensen denken dat dove kinderen mentaal niet in staat  zijn om een taal te leren. Ook wordt doofheid vaak uitgelegd als een straf van God, of als het resultaat van hekserij.

Ouders schamen zich soms voor hun dove kind en verstoppen het voor de buitenwereld.Veel dove kinderen worden genegeerd, verwaarloosd, verstopt of verstoten. Hierdoor zijn dove kinderen ook extra kwetsbaar voor geweld en (seksueel) misbruik.

Als kinderen geen taal leren met de mensen om zich heen te communiceren raken ze makkelijk geïsoleerd. Veel dove kinderen in Oeganda leven zo, zonder hun behoeften te kunnen communiceren met hun ouders en omgeving na te kunnen leven. Ook wanneer ouders wel graag goed voor hun dove kind willen zorgen weten ze vaak niet hoe. Veel ouders hebben geen kennis over de onderwijsmogelijkheden voor doven, over gebarentaal en dovenscholen. De meeste instanties voor speciaal onderwijs voor dove kinderen zijn privaat, en vragen veel schoolgeld. Daarnaast liggen deze scholen vaak ver weg, in de steden. Kosten voor de school en transport zijn dan vaak hoger dan de ouders kunnen opbrengen. Anderen willen hun weinig geld niet investeren in onderwijs voor hun dove kind, omdat ze denken dat het kind niet bekwaam is te leren.

Terwijl de meeste kinderen in Oeganda tegenwoordig gratis naar publieke basisscholen kunnen gaan, blijven dove kinderen buitengesloten. Zo groeien veel dove kinderen op zonder naar school te kunnen gaan, dus zonder taal, zonder beschermende omgeving en zonder op te kunnen komen voor hun rechten.

Talking_Hands_Achtergrond1